ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0160
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdelinge tegen het voortduren van haar vreemdelingenbewaring en die van haar minderjarige zoon. Eerder was het beroep tegen de inbewaringstelling ongegrond verklaard. De rechtbank toetste nu de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring tot het moment van sluiting van het onderzoek op 11 oktober 2006.
De vreemdelinge verzocht de rechtbank om te verbieden dat zij nog langer wordt gevraagd haar minderjarige zoon elders onder te brengen, wat de rechtbank bevestigde op basis van een eerdere uitspraak. De rechtbank overwoog dat de minister met de vereiste voortvarendheid werkt aan de uitzetting, mede gezien de verstrekte gegevens over de woonomgeving in China en het contact met Chinese autoriteiten.
De omstandigheden in het Detentiecentrum Zeist, waar de vreemdelinge en haar zoon verbleven, werden als niet strijdig met het voortduren van de bewaring beoordeeld, ondanks psychische en fysieke klachten die met een psychologisch rapport waren onderbouwd. De rechtbank achtte het noodzakelijk dat de minister de medische situatie spoedig laat beoordelen door het Bureau Medische Advisering van de IND.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding en onderzoekskosten af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De bewaring van de vreemdelinge en haar zoon was intussen opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.