ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0094
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing energie-investeringsaftrek bij gesplitste investering trekker en oplegger
Eiseres, samen met haar echtgenoot eigenaar van een vennootschap onder firma, investeerde in een trekker met opleggerchassis voorzien van een laadbak. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op omdat zij meende dat de betalingsverplichting voor de oplegger vóór de uiterste datum was aangegaan, waardoor de aanmelding voor de energie-investeringsaftrek niet tijdig was.
De rechtbank stelde vast dat er twee afzonderlijke overeenkomsten waren: één voor de trekker en één voor de oplegger. De oorspronkelijke overeenkomst uit augustus 2000 betrof alleen de trekker, terwijl de overeenkomst voor de oplegger pas in februari 2001 tot stand kwam. De factuur van januari 2001 betrof werkzaamheden aan de trekker en werd later gecrediteerd, wat de rechtbank aannemelijk achtte als bewijs dat de opleggerovereenkomst later tot stand kwam.
De rechtbank verwierp het standpunt van de Belastingdienst dat er sprake was van één gecombineerde overeenkomst en concludeerde dat de aanmelding voor de energie-investeringsaftrek tijdig was gedaan. De navorderingsaanslagen werden vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de navorderingsaanslagen wegens tijdige aanmelding van de energie-investeringsaftrek.