ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0031
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning gezinshereniging wegens verplaatsing hoofdverblijf en niet voldoen aan voorwaarden
Eiseres, geboren in Singapore en houder van de Singaporese nationaliteit, heeft na een langdurig verblijf in Nederland en Singapore een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel gezinshereniging. De rechtbank oordeelt dat eiseres haar verblijfsrechten op grond van artikel 10 lid 2 van Pro de oude Vreemdelingenwet heeft verloren door verplaatsing van haar hoofdverblijf naar Singapore in 1985. Hoewel de feitelijke gezinsband met haar ouders bleef bestaan, is dit onvoldoende om de verblijfsstatus te behouden.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.24 van het Vreemdelingenbesluit 2000, met name dat achterlating in het land van herkomst geen onevenredige hardheid oplevert. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat er geen positieve verplichting bestaat om verblijf toe te staan en er geen sprake is van meer dan normale emotionele banden.
De rechtbank bevestigt dat de aanvraag terecht is afgewezen en dat het driejarenbeleid niet van toepassing is omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens verplaatsing van het hoofdverblijf en niet voldoen aan wettelijke voorwaarden.