ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9542
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. van Es - de Vries
- A.B.M. Hent
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geloofwaardigheid identiteit en nationaliteit bij asielaanvraag op basis van taalanalyses
Eisers hebben asiel aangevraagd met de stelling dat zij Soedanese nationaliteit bezitten, maar verweerder twijfelde aan hun identiteit en liet twee taalanalyses uitvoeren. De eerste analyse concludeerde dat eiser niet tot de Soedanese spraakgemeenschap behoort, terwijl de tweede analyse hem eenduidig herleidde tot Nigeria.
Eisers voerden aan dat verweerder onzorgvuldig handelde door hen niet te laten reageren op een nadere reactie van het Bureau Land en Taal en betwistten de deskundigheid van de taalanalisten. Tevens stelden zij dat authentieke documenten zoals een rijbewijs en geboorteaktes ten onrechte werden genegeerd en dat de hoorplicht werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was hen opnieuw te laten reageren, dat de taalanalyses deskundig en betrouwbaar waren en dat de aangevoerde documenten onvoldoende bewijs boden voor de gestelde identiteit. De rechtbank achtte het oordeel van verweerder over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas redelijk en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak is definitief omdat hoger beroep tegen deze bestuursrechtelijke beslissing niet openstaat. De rechtbank wees tevens de stelling van schending van de hoorplicht af, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van hun Soedanese identiteit en nationaliteit.