ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9099
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker met betwiste nationaliteit
Verzoeker, met een betwiste Soedanese en Nigeriaanse nationaliteit, diende een herhaalde asielaanvraag in nadat verweerder in de eerste procedure zijn problemen in Nigeria niet inhoudelijk had beoordeeld. Na een eerdere uitspraak waarbij uitzetting naar Nigeria niet aan de orde was, probeerde verweerder verzoeker alsnog uit te zetten naar Nigeria.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze uitzettingspoging een nieuw feit (novum) vormt dat niet bekend was bij het eerdere besluit. Hoewel verzoeker zijn Soedanese nationaliteit niet aannemelijk maakte, betekent dit niet automatisch dat zijn problemen in Nigeria ongeloofwaardig zijn. Verweerder gaf onvoldoende motivering voor het afwijzen van deze problemen.
Verder is het standpunt van verweerder dat bij Nigeriaanse problemen geen toetsing aan artikel 3 EVRM Pro hoeft plaats te vinden onvoldoende gemotiveerd. Gezien het grotere belang van verzoeker om niet uitgezet te worden gedurende de beroepsprocedure, werd de voorlopige voorziening toegewezen en uitzetting verboden.
Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard, omdat de grondslag voor deze maatregel niet was vervallen en verzoeker mogelijk kan terugkeren naar Soedan. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker naar Nigeria totdat het beroep is behandeld en verklaart het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.