ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8991
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugname voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting en heffingsrente 2002
Eiseres, gehuwd met een medewerker van het Europees Octrooibureau, ontving in 2002 een voorlopige teruggaaf van de algemene heffingskorting, die later in 2005 werd teruggenomen en waarover heffingsrente werd opgelegd. De rechtbank oordeelt dat eiseres over 2002 geen recht had op deze heffingskorting, omdat haar echtgenoot als werknemer van een internationale organisatie was vrijgesteld van nationale belasting en geen loonbelasting of inkomstenbelasting over 2002 betaalde.
De rechtbank stelt vast dat de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen terecht zijn opgelegd en dat de heffingsrente overeenkomstig de wettelijke bepalingen correct is berekend. Het beroep van eiseres, die zich onder meer beroept op het vertrouwensbeginsel en het feit dat de situatie sinds 1978 ongewijzigd was, wordt verworpen.
De rechtbank benadrukt dat het feit dat de voorlopige teruggaaf aanvankelijk werd toegekend, niet betekent dat deze terecht was en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Ook is er geen grond om de heffingsrente te laten vervallen, aangezien de wet geen ruimte biedt om deze achterwege te laten vanwege de termijn waarbinnen de aanslag is opgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met heffingsrente is terecht opgelegd.