ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8444
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- T. van Rij
- J.J.B. Hulst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanmerkelijk belang en belastbaarheid rente preferente aandelen
Eiser, houdster van preferente aandelen in A BV, betwist de belastingheffing over de rente op een schuldvordering op Transport BV, een dochtermaatschappij van A BV. De kern van het geschil betreft de vraag of eiser een aanmerkelijk belang heeft in A BV en Transport BV en of de rente op de schuldvordering belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden of als inkomen uit sparen en beleggen.
De rechtbank stelt vast dat preferente aandelen sinds 1 januari 1997 meetellen bij de beoordeling van het aanmerkelijk belang, zoals ook uit de wetsgeschiedenis blijkt. Eiser bezit 22,22% van het geplaatst kapitaal van A BV via preferente aandelen, wat een direct aanmerkelijk belang oplevert. Omdat A BV alle aandelen in Transport BV houdt, heeft eiser ook een indirect aanmerkelijk belang in Transport BV.
De schuldvordering van eiser op Transport BV wordt aangemerkt als een werkzaamheid in de zin van de Wet IB 2001, waardoor de rente als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden wordt beschouwd. De rechtbank benadrukt dat zij niet kan oordelen over de billijkheid van de wetgeving en verklaart het beroep van eiser ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de rente op de schuldvordering wordt belast als resultaat uit overige werkzaamheden.