ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8395
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding voor grenspassage
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 17 augustus 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij op 17 augustus werd staande gehouden op een parkeerplaats net vóór de Nederlands-Belgische grens. De staandehouding vond plaats in het kader van een Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV)-controle. Verweerder stelde dat een redelijk vermoeden van illegaal verblijf niet vereist was voor deze controle, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet opging omdat de staandehouding vóór de grens plaatsvond en het proces-verbaal geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf vermeldde.
De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal feitelijke onjuistheden bevatte, met name over de locatie en het verkeer, wat de rechtmatigheid van de staandehouding ondermijnde. Op grond van vaste jurisprudentie werd geoordeeld dat de daaropvolgende maatregel van vreemdelingenbewaring onrechtmatig was omdat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot het gebrek in de staandehouding.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op en kende eiser een schadevergoeding toe van € 1.155,-- voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van € 644,-- aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door mr. R.G.J. Welbergen op 31 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en een schadevergoeding van € 1.155,-- toegekend.