ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8024
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige bewaring vreemdeling
Eiser had beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn bewaring in het kader van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank had eerder op 25 juli 2006 de beslissing van verweerder tot afwijzing van de aanvraag vernietigd, waarop eiser stelde dat de bewaring met terugwerkende kracht onrechtmatig was vanaf 19 april tot 1 augustus 2006, de datum van zijn vrijlating.
Verweerder betwistte dit en stelde dat de vernietiging enkel betekende dat opnieuw op de aanvraag moest worden beslist, wat inmiddels was gebeurd met een hernieuwde afwijzing. Zonder nadere omstandigheden die door eiser niet waren gesteld, kon niet worden aangenomen dat vanaf de datum van eerste afwijzing geen vermoeden van niet rechtmatig verblijf bestond.
De rechtbank sloot zich aan bij verweerder en oordeelde dat de bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk ongerechtvaardigd was. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring wordt afgewezen.