ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7813
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling vreemdeling zonder redelijk vermoeden illegaal verblijf
De zaak betreft een vreemdeling van Angolese nationaliteit die op 16 augustus 2006 werd aangetroffen in een trein met een vermoedelijk niet-eigen OV-studentenkaart en zich weigerde te legitimeren. Na een strafrechtelijk voortraject werd op 17 augustus 2006 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank beoordeelde of de maatregel van bewaring rechtmatig was toegepast en of deze gerechtvaardigd was. Uit de proces-verbalen van ophouding en aanhouding bleek geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf, waardoor het voortraject van de inbewaringstelling niet volgens de bevoegdheden van de Vreemdelingenwet 2000 was verlopen. De inbewaringstelling was daardoor onrechtmatig.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring van begin af aan onrechtmatig was en beval de opheffing van de maatregel. Tevens kende zij aan eiser een schadevergoeding toe van € 1.425,- voor de ten onrechte doorgebrachte dagen in politiecel en Huis van Bewaring. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 644,-. Een belangenafweging was niet aan de orde vanwege de onrechtmatigheid van de bewaring.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig en wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding aan eiser.