ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeer kinderen op grond van Haags Verdrag en verblijfplaats in Nederland
De vrouw vertrok in juni 2005 met de kinderen naar Schotland, waar zij woonden en de kinderen naar school gingen. De man diende in Schotland een verzoek in op grond van het Haags Verdrag tot terugkeer van de kinderen naar Nederland. De Schotse rechter beval terugkeer naar Nederland, waarop de vrouw en kinderen in augustus 2006 terugkeerden.
De vrouw verzocht de rechtbank toestemming om met de kinderen naar Schotland terug te keren, terwijl de man vorderde dat de vrouw de kinderen aan hem zou afgeven, hem zou informeren over hun verblijfplaats, de Britse paspoorten zou overhandigen en een omgangsregeling zou worden vastgesteld.
De voorzieningenrechter verklaarde zich onbevoegd om van het verzoek van de vrouw kennis te nemen en oordeelde dat uit de Schotse beslissing en het Haags Verdrag niet volgt dat de kinderen aan de man moeten worden afgegeven of naar diens woning moeten terugkeren. De vrouw werd veroordeeld om de man binnen twee dagen te informeren over de verblijfplaats van de kinderen, met een dwangsom bij niet-naleving. De overige vorderingen van de man werden afgewezen.
De voorzieningenrechter vond onvoldoende aannemelijk dat de vrouw de kinderen opnieuw mee zou nemen naar Schotland en achtte het verblijf bij de vrouw niet strijdig met het belang van de kinderen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vrouw is niet verplicht de kinderen aan de man af te geven, maar moet hem binnen twee dagen informeren over hun verblijfplaats in Nederland.