ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging en wijziging partneralimentatie na echtscheiding met erkend voorhuwelijks kind
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 4 april 2006 het verzoek van de man om te verklaren dat zijn verplichting tot partneralimentatie aan de vrouw van rechtswege was geëindigd op 12 maart 2005, gebaseerd op de duur van het huwelijk van drie jaar en zeven maanden en het feit dat het huwelijk geen kinderen had voortgebracht.
De man stelde dat het voorhuwelijks erkende en meerderjarige kind geen invloed had op de alimentatieplicht, verwijzend naar wetsartikelen en jurisprudentie. De vrouw voerde verweer met recente jurisprudentie en de stelling dat het huwelijk niet kinderloos was gebleven door het erkende kind, waardoor de wettelijke termijn van alimentatie niet beperkt werd.
De rechtbank oordeelde dat het erkende voorhuwelijks kind door het huwelijk als uit het huwelijk geboren wordt beschouwd, waardoor artikel 1:157 lid 6 BW Pro niet van toepassing is. De alimentatieplicht eindigt dus niet automatisch na de duur van het huwelijk. De rechtbank nam daarnaast de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man in ogenschouw en concludeerde dat de alimentatieverplichting gehandhaafd blijft op het niveau van € 531,12 per maand.
De verzoeken van de man tot beëindiging of vermindering van alimentatie werden afgewezen, evenals het verzoek van de vrouw tot verhoging van de alimentatie. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de man tot beëindiging of vermindering van partneralimentatie af en handhaaft de alimentatieverplichting op € 531,12 per maand.