ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6638
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag slachtoffer vrouwenhandel wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Verzoekster, een vrouw van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af in het kader van de aanmeldcentrumprocedure (ac-procedure). Verzoekster stelde dat zij slachtoffer was van vrouwenhandel en dat haar asielaanvraag niet in de ac-procedure mocht worden afgehandeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder weliswaar rekening hield met het feit dat verzoekster slachtoffer was van vrouwenhandel, maar dit slechts deed binnen de bedenktijd voor het doen van aangifte zoals opgenomen in de Vreemdelingencirculaire 2000. Verweerder stelde zich niet de vraag of hij nog over voldoende kennis beschikte om een zorgvuldig besluit te nemen en onderzocht niet of het achterhouden van relevante informatie aan verzoekster kon worden toegerekend.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid in acht had genomen en het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd. Verzoekster had inmiddels aangifte van vrouwenhandel gedaan en was op grond daarvan een verblijfsvergunning regulier verleend, waardoor zij rechtmatig verblijf had. Gezien dit rechtmatig verblijf kon verweerder geen ander besluit nemen dan de asielaanvraag af te wijzen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en wees de asielaanvraag af op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de asielaanvraag afgewezen wegens rechtmatig verblijf.