ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling vermogensbestanddelen en partneralimentatie bij echtscheiding met huwelijkse voorwaarden
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een echtscheidingszaak waarbij partijen huwelijkse voorwaarden hadden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De man stelde dat partijen een afspraak hadden gemaakt om deze voorwaarden niet tegen elkaar te gebruiken en dat de vermogensbestanddelen derhalve bij helfte verdeeld moesten worden. De vrouw betwistte dit en de rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende had gesteld om van een dergelijke afspraak uit te gaan. Bovendien overwoog de rechtbank dat een dergelijke afspraak nietig zou zijn op grond van een arrest van de Hoge Raad.
Partijen leefden volgens de rechtbank niet alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, ondanks dat zij gezamenlijke rekeningen hadden en de man bijdroeg aan verbouwingen. De man kon wel aanspraak maken op vergoeding van door hem betaalde verbouwingskosten, maar moest deze nader onderbouwen.
De verzoeken om partneralimentatie werden aangehouden omdat de meerderjarige zonen van partijen ook een procedure waren gestart over hun levensonderhoud. De rechtbank bepaalde dat de partneralimentatieverzoeken en de alimentatieverzoeken van de zonen gezamenlijk behandeld zouden worden. De behandeling van de verzoeken tot verdeling en verrekening werd eveneens aangehouden om nadere bewijsstukken te verkrijgen.
Uitkomst: Verzoeken om partneralimentatie en verdeling/verrekening worden aangehouden voor nadere onderbouwing en gezamenlijke behandeling met alimentatieverzoeken meerderjarige kinderen.