ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5352
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over executiegeschil inzake boete Tabakswet en handhavingspraktijk bij tankstation
Eiseressen, producenten en distributeurs van sigaren, hebben een commercieel arrangement met tankstationhouders om sigaren in dispensers te verkopen. De minister legde aan een tankstationhouder een boete op wegens overtreding van het reclameverbod uit de Tabakswet. Eiseressen en tankstationhouder stelden bezwaar en beroep in tegen deze boete.
Na een kort geding in 2005 verbood de voorzieningenrechter de Staat om handhavingsmaatregelen te nemen tegen het uitstallen van tabaksproducten in dispensers totdat een rechter hierover definitief had beslist. Het hof bekrachtigde dit bevel, met een nadere bepaling dat het bevel geldt totdat een bestuurs- of civiele rechter uitspraak doet over de rechtmatigheid van het uitstallen.
In dit executiegeschil staat centraal of de Staat in strijd handelt met het hofarrest door de boete alsnog te innen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het hofarrest ziet op handhaving en niet op executie van de boete, die formele rechtskracht heeft gekregen door intrekking van het beroep. Daarom is het invorderen van de boete rechtmatig.
De vordering van eiseressen tot nakoming van het hofarrest en het verbod op invordering wordt afgewezen. Eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiseressen tot het verbod op invordering van de boete wordt afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.