ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5350
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding met ex-echtgenoot
Eiseres diende op 24 februari 2004 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande ouder. Verweerder wees deze aanvraag op 25 maart 2004 af vanwege een verzwegen gezamenlijke huishouding met haar ex-echtgenoot. Na bezwaar verklaarde verweerder dit ongegrond. Eiseres stelde dat haar ex-partner niet feitelijk samenwoonde en slechts incidenteel aanwezig was.
Een huisbezoek op 22 maart 2004 door medewerkers van verweerder toonde aan dat de ex-echtgenoot aanwezig was, met persoonlijke gebruiksvoorwerpen en post op het adres. Omdat eiseres en haar ex-echtgenoot gehuwd waren geweest en een kind uit het huwelijk was geboren, en zij gezamenlijk hun hoofdverblijf hadden, was sprake van een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3 lid 4 WWB Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen wegens verzwegen samenwoning. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens verzwegen gezamenlijke huishouding bevestigd.