ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op algemene heffingskorting bij inhouding staff-assessment op salaris echtgenoot
Eiseres, gehuwd met een werknemer van een internationale organisatie, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2003, waarin haar de algemene heffingskorting werd geweigerd. De Belastingdienst had de heffingskorting teruggenomen omdat op het salaris van haar echtgenoot geen loonbelasting was ingehouden.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift van eiseres, ondanks dat het niet in het dossier van de Belastingdienst werd aangetroffen, tijdig was ingediend en dus ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar en handhaafde de aanslag.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat de inhouding van staff-assessment op het salaris van de echtgenoot niet gelijkgesteld kan worden met loonbelastingheffing, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 27 september 2002, BNB 2003/29). Hierdoor heeft eiseres geen recht op de algemene heffingskorting. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. De uitspraak werd op 21 juni 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en de aanslag wordt gehandhaafd.