ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5100
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging verblijfsdoel van medische behandeling naar voortgezet verblijf
Eiser, van Armeense nationaliteit, vroeg om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor medische behandeling. Verweerder wees het verzoek aanvankelijk af, waarna eiser bezwaar maakte en beroep instelde. Na vernietiging van het eerste besluit verlengde verweerder de vergunning alsnog tot 28 september 2006.
Eiser stelde dat hij vanaf 28 september 2002 voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf en dat verweerder deze had moeten verlenen zonder dat hij een nieuwe aanvraag had ingediend. Verweerder verwees naar artikel 3.100 Vreemdelingenbesluit 2000, dat vereist dat een nieuwe aanvraag wordt ingediend bij wijziging van het verblijfsdoel.
De rechtbank oordeelde dat eiser heeft gekregen wat hij heeft gevraagd, namelijk verlenging van de vergunning voor medische behandeling, en dat verweerder niet verplicht was een ander verblijfsdoel te beoordelen. De rechtbank verwierp het betoog dat de wijziging van verblijfsdoel zo gering was dat geen nieuwe aanvraag nodig was. Ook het subsidiaire argument dat verweerder een uitzondering had moeten maken werd afgewezen.
Hoewel verweerder de wettelijke beslistermijnen had overschreden, bood hij alsnog rechtmatig verblijf voor het gevraagde verblijfsdoel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verlenging van de verblijfsvergunning voor medische behandeling wordt bevestigd zonder wijziging naar voortgezet verblijf.