ECLI:NL:RBSGR:2006:AY3563
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling geloofwaardigheid
Verzoeker, een Kameroense nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van ondersteunende documenten.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten niet aan verzoeker kan worden toegerekend, mede omdat Nederland eerder de identiteit en nationaliteit van verzoeker heeft erkend in het kader van een Dublin-claim en hij eerder met een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland was geregistreerd.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder een onjuist toetsingskader heeft gehanteerd bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De juiste maatstaf vereist dat het relaas geloofwaardig wordt geacht indien het innerlijk consistent, niet onaannemelijk en in overeenstemming met de situatie in het land van herkomst is.
Verzoeker heeft een kopie van een arrestatiebevel en een verklaring van een Kameroense advocaat overgelegd, waaruit blijkt dat het origineel niet aan de betrokkene wordt gegeven. Verweerder had dit moeten accepteren of nader onderzoek moeten doen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste beoordeling van de geloofwaardigheid en onterecht toerekenen van het ontbreken van documenten aan verzoeker.