ECLI:NL:RBSGR:2006:AY3561
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geloofwaardigheid asielrelaas en ontbreken documenten bij Liberiaanse asielzoekster
Eiseres, een Liberiaanse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland nadat zij vluchtte vanwege een aanval door rebellen waarbij haar familie werd vermoord. Zij kon geen reis- of identiteitspapieren overleggen en meldde zich niet onverwijld bij binnenkomst. Verweerder wees op artikel 31, tweede lid, aanhef en onder c en f, Vreemdelingenwet 2000, en achtte het asielrelaas ongeloofwaardig vanwege gebrek aan specifieke details en tegenstrijdigheden met ambtsberichten.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht beide bepalingen gelijktijdig mocht toepassen en dat de positieve overtuigingskracht als toetsingsmaatstaf mag worden gehanteerd bij vreemdelingen zonder documenten. Het ontbreken van documenten en het niet onverwijld melden werden aan eiseres toegerekend, omdat haar verklaringen onvoldoende waren om dit te weerleggen.
Ook werd het asielrelaas in redelijkheid ongeloofwaardig geacht, onder meer omdat eiseres geen concrete kennis had van de rebellengroep die haar familie aanviel, terwijl zij dit wel had moeten weten. Ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken ondersteunden het oordeel dat de aanval niet had plaatsgevonden zoals beschreven.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen gronden aannemelijk had gemaakt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de Liberiaanse asielzoekster wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en het niet tijdig melden zonder documenten.