ECLI:NL:RBSGR:2006:AY1710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering no-claimteruggave voor chronisch zieken en gehandicapten
Eisers, allen chronisch ziek of gehandicapt, vorderen van de Staat een compensatie van €255 per persoon wegens gemiste no-claimteruggave over 2005 en aanpassing van hun zorgpremie. De no-claimteruggave is een regeling in de Zorgverzekeringswet die verzekerden beloont die weinig of geen zorgkosten maken, maar geldt niet voor minderjarigen en houdt geen rekening met chronisch zieken die deze keuze niet hebben.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de regeling een politieke kwestie is, waarbij de rechter in beginsel geen oordeel mag geven over de billijkheid van wetten. Alleen bij onmiskenbare strijd met hogere rechtsregels kan een wet buiten toepassing worden gelaten. Eisers beroepen zich op internationale verdragsbepalingen, waaronder het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en de Europese Code inzake sociale zekerheid, maar deze bepalingen hebben geen directe werking en leiden niet tot onverbindendheid van de wet.
Hoewel erkend wordt dat eisers door hun aandoening niet kunnen kiezen voor minder zorggebruik, volgt hieruit niet dat de wet onmiskenbaar onverbindend is. De wetgever heeft de vrijheid om afwegingen te maken, ook als die in bepaalde gevallen onbillijk uitvallen. Het zorgstelsel is overwegend op solidariteit gebaseerd, en de mate van solidariteit is een politieke afweging. De vorderingen worden daarom afgewezen en eisers worden in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: De vorderingen van chronisch zieken en gehandicapten tot compensatie van de no-claimteruggave worden afgewezen wegens gebrek aan onmiskenbare onverbindendheid van de wet.