ECLI:NL:RBSGR:2006:AY0669
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling wegens schending artikel 5 EVRM
De Minister voor Vreemdelingenzaken legde op 10 november 2005 een maatregel van bewaring op aan eiser, een vreemdeling van Armeense nationaliteit. Eiser stelde op 9 mei 2006 beroep in tegen het voortduren van deze bewaring. De rechtbank behandelde het beroep op 12 juni 2006, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de bewaring aanvankelijk rechtmatig was, het voortduren ervan niet langer gerechtvaardigd was. De rechtbank stelde vast dat de termijn voor een spoedige behandeling van het beroep, zoals vereist door artikel 5, vierde lid, EVRM, was overschreden. De zitting vond meer dan veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift plaats, zonder dat dit aan eiser kon worden toegerekend.
De rechtbank besloot de bewaring per direct op te heffen en kende een schadevergoeding van €1.400 toe voor twintig dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast werden proceskosten van €322 toegewezen aan eiser, te betalen door de Staat der Nederlanden. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt toegewezen, de bewaring wordt opgeheven en schadevergoeding wordt toegekend wegens schending van artikel 5, vierde lid, EVRM.