ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9385
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar bij intrekking besluit verblijfsvergunning
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij haar Nederlandse echtgenoot. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging voorlopig verblijf. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard en daarop werd beroep ingesteld.
Verweerder trok vervolgens het besluit op bezwaar in zonder een nieuw besluit te nemen. De rechtbank oordeelde dat dit gelijkstaat aan het niet tijdig beslissen op bezwaar, wat volgens artikel 6:19, eerste lid, Awb, een besluit is waartegen beroep mogelijk is. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond verklaard.
De rechtbank wees het verzoek van eiseres af om zelf in de zaak te voorzien en verweerder op te dragen de verblijfsvergunning te verlenen, omdat een inhoudelijke beoordeling pas mogelijk is na een nieuw gemotiveerd besluit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken na de zitting een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.