ECLI:NL:RBSGR:2006:AX8738
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding in bezwaarfase inkomstenbelasting over meerdere jaren
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst inzake de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase over de jaren 2001 en 2002. Verweerder had aanvankelijk niet op het verzoek om proceskostenvergoeding gereageerd, waarna alsnog een aanvullende beslissing werd genomen. Eiser betwistte de hoogte van de toegekende vergoeding en stelde dat deze niet in verhouding stond tot de werkelijk gemaakte kosten.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift niet niet-ontvankelijk was omdat verweerder pas bij het aanvullende besluit over de proceskosten had beslist. Vervolgens werd beoordeeld of bijzondere omstandigheden voor een hogere vergoeding aanwezig waren, hetgeen werd verworpen omdat eiser onvoldoende onderbouwing leverde. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte geen hogere gewichtsfactor had toegepast voor de samenhangende belastingaanslagen, waardoor de vergoeding te laag was vastgesteld.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het aanvullende besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van €483 voor de bezwaarfase. Voor de beroepsfase werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat daarvoor geen kosten waren aangetoond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van €161 en vergoeding van het griffierecht.