ECLI:NL:RBSGR:2006:AX7764
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige toevertrouwing minderjarige kinderen bij internationale kinderontvoering
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 30 maart 2006 een verzoek tot voorlopige toevertrouwing van drie minderjarige kinderen aan de vrouw, die deze zonder toestemming van de man vanuit Denemarken naar Nederland had gebracht. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft op grond van de Brussel II-bis Verordening en het Haags Kinderontvoeringsverdrag, aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen nog steeds Denemarken is.
De vrouw had het verzoek tot toevertrouwing ingediend, voornamelijk gedreven door financiële motieven, en inmiddels was voorlopige kinderalimentatie toegekend. De rechtbank zag daarom geen belang meer bij het toewijzen van het verzoek. Tevens werd het verzoek van de man tot een spoedonderzoek door de raad voor de kinderbescherming afgewezen, omdat er geen acute noodsituatie was.
De rechtbank hield de behandeling van het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling aan tot 1 juli 2006, om dit samen met het nader te behandelen verzoek tot teruggeleiding van de kinderen te behandelen. Verzoeken met betrekking tot de echtelijke woning werden niet in behandeling genomen wegens gebrek aan rechtsmacht en strijd met de goede procesorde.
De uitspraak benadrukt de toepassing van internationale verdragen en Europese regelgeving bij internationale kinderontvoeringszaken en bevestigt de noodzaak van rechtsmacht en het belang van het beschermen van het belang van het kind.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige toevertrouwing van de minderjarige kinderen aan de vrouw wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtsmacht.