ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6517
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Eiser, een Koerdische vreemdeling uit Turkije, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere uitspraken waarin de rechtbank het niet tijdig beslissen op de aanvraag had veroordeeld, nam de minister een besluit tot afwijzing zonder het resultaat van een aanvullend onderzoek af te wachten.
De rechtbank oordeelde dat de minister in een conflict van rechtsplichten verkeerde: enerzijds moest hij binnen een gestelde termijn beslissen om dwangsommen te voorkomen, anderzijds was hij gehouden tot een zorgvuldige besluitvorming. Hoewel het besluit niet werd aangemerkt als détournement de pouvoir, was het wel onzorgvuldig omdat het aanvullende onderzoek niet was afgewacht en een aanvullende zienswijze niet was betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen een redelijke termijn een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldigheid; de minister moet een nieuw besluit nemen.