ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6298
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning arbeid in loondienst op grond van Besluit 1/80
Verzoeker, een Turkse werknemer, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst bij B BV. Verweerder had de aanvraag geweigerd omdat sprake zou zijn van een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of omstandigheden en omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker sinds 2 september 1998 legale arbeid heeft verricht als internationaal chauffeur met een tewerkstellingsvergunning en dat hij vanaf 1 januari 2004 vrij is op de arbeidsmarkt. Op grond van het Associatiebesluit 1/80 vloeit uit het recht op arbeid rechtstreeks het recht op verblijf voort. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste volgens artikel 3.71, lid 2, sub e, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet tot vier weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Tevens is verweerder opgedragen binnen vier weken een beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De proceskosten en griffierechten zijn aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning wordt toegewezen; verwijdering uit Nederland wordt verboden tot vier weken na besluit op bezwaar.