ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6296
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.M. Druijf
- A.B.M. Hent
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken concreet zicht op uitzetting naar Turkije
Eiser verblijft sinds 1 maart 2004 in vreemdelingenbewaring, met onderbrekingen door strafrechtelijke inverzekeringstellingen en een mislukte uitzetting naar Turkije. Uitzetting is afhankelijk van herkrijging van de Turkse nationaliteit, waarvoor eiser pas op 8 december 2005 een verzoek heeft ondertekend. Dit verzoek is sindsdien ruim vier maanden in behandeling, maar er is geen concrete datum voor afronding of uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat er reëel zicht op uitzetting bestaat. Echter, gezien de lange duur van de bewaring van meer dan twee jaar en het ontbreken van een concrete uitzettingsdatum, weegt het belang van eiser bij opheffing van de bewaring zwaarder dan het belang van voortzetting.
Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt per 19 april 2006 opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring niet onrechtmatig was. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ad €644,- ten behoeve van eiser.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van een concrete uitzettingsdatum, ondanks voldoende voortvarendheid van verweerder.