ECLI:NL:RBSGR:2006:AX4439
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenzaak
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 4 april 2006 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, waardoor concrete aanwijzingen bestonden dat zij zich aan uitzetting zou onttrekken.
Na ontvangst van de kennisgeving van de bewaring op 1 mei 2006, diende eiseres een beroepschrift in tegen deze maatregel. De rechtbank oordeelde dat de kennisgeving tijdig was ontvangen en dat de bewaring rechtmatig was opgelegd. De rechtbank nam daarbij ook mee dat eiseres in België verbleef en een bevel had ontvangen om het Belgisch grondgebied te verlaten, waarna een verzoek tot terugname bij de Belgische autoriteiten was ingediend en gehonoreerd.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring niet eerder had hoeven worden opgeheven en dat er geen grond was voor toekenning van schadevergoeding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter F.A.G.M. Vluggen op 22 mei 2006 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.