ECLI:NL:RBSGR:2006:AX4178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen volgens artikel 1:160 BW
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de man om de partneralimentatie te beëindigen wegens samenwonen van de vrouw met een derde sinds 17 februari 2004, zoals bedoeld in artikel 1:160 BW Pro. De man stelde dat de alimentatieplicht van rechtswege is geëindigd, terwijl de vrouw dit betwistte en stelde dat de bijdrage een schadevergoeding betrof.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een levensgemeenschap die gelijkstaat aan een huwelijk, waarbij gemeenschappelijke huishouding, wederzijdse verzorging en een duurzame affectieve relatie vereist zijn. Uit het onderzoeksrapport en de stellingen bleek dat de vrouw en de derde een affectieve relatie van duurzame aard hadden, een gemeenschappelijke huishouding voerden en elkaar financieel en niet-financieel verzorgden.
De rechtbank concludeerde dat de samenwoning feitelijk begon op 8 november 2004, waarna de alimentatieverplichting van de man van rechtswege is geëindigd. De vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van € 5.918,84 onverschuldigd betaalde alimentatie over de periode 8 november 2004 tot juni 2005, in twaalf termijnen wegens haar geringe inkomen.
De vrouw had onvoldoende onderbouwd dat de bijdrage een schadevergoeding betrof en dat artikel 1:160 BW Pro niet van toepassing was. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw om het verzoek van de man af te wijzen af en wijzigde de eerdere beschikking van 23 augustus 2001 dienovereenkomstig.
Uitkomst: De partneralimentatie eindigt per 8 november 2004 wegens samenwonen en de vrouw moet onverschuldigde betalingen terugbetalen.