ECLI:NL:RBSGR:2006:AX1346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens onjuiste motivering en toepassing afwijkingsbevoegdheid
Eiseres diende op 12 februari 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, welke door verweerder bij besluit van 20 oktober 2004 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het geschil behandeld door de rechtbank 's-Gravenhage.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 21, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 en de toepassing van de inherente afwijkingsbevoegdheid uit artikel 4:84 Awb Pro. Verweerder stelde dat de vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf een harde voorwaarde was en dat hij niet van deze beleidsregel kon afwijken. De rechtbank oordeelde dat artikel 21 Vw Pro niet voorschrijft dat de verblijfsvergunning alleen kan worden verleend bij vijf jaar onafgebroken verblijf en dat verweerder wel degelijk bevoegd is om af te wijken van de beleidsregel op grond van bijzondere omstandigheden.
Verder werd geoordeeld dat verweerder ten onrechte afzag van het horen van eiseres tijdens de bezwaarprocedure, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden proceskosten aan verweerder opgelegd en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.