ECLI:NL:RBSGR:2006:AX0772
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging voorlopige toevertrouwing en alimentatie in echtscheidingsprocedure
De man verzocht de rechtbank om de voorlopige toevertrouwing van zijn minderjarige kind aan hem toe te wijzen en de partner- en kinderalimentatie op nihil te stellen. Dit verzoek werd gedaan tijdens een lopende echtscheidingsprocedure waarin de vrouw het gezag en de verblijfplaats van het kind betwistte. De vrouw was met het kind naar Duitsland verhuisd, het geboorteland van beiden, wat de man betwistte als grond voor het verlies van Nederlandse rechtsmacht.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd bleef omdat het verblijf van het kind in Duitsland nog niet bestendig was. De man stelde mishandeling en verwaarlozing van het kind door de vrouw, maar deze beschuldigingen werden door de vrouw ontkend en niet bewezen. De rechtbank vond dat het kind zich in een loyaliteitsconflict bevond en moeite had met de nieuwe situatie, maar dat dit geen reden was om de voorlopige toevertrouwing te wijzigen.
Ten aanzien van de alimentatie stelde de man dat zijn financiële situatie was verslechterd en dat de vrouw geen behoefte had aan partneralimentatie. De rechtbank vond dat de man onvoldoende had onderbouwd dat zijn omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat wijziging gerechtvaardigd was. Daarom werden de verzoeken tot nihilstelling van de partner- en kinderalimentatie afgewezen.
De rechtbank benadrukte het belang van stabiliteit en rust voor het kind gedurende de echtscheidingsprocedure en wees het verzoek van de man af. De beschikking werd uitgesproken door rechter A.C. Olland op 24 februari 2006.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging voorlopige toevertrouwing en nihilstelling alimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende gewijzigde omstandigheden.