ECLI:NL:RBSGR:2006:AW9815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap erkend kind in Duitsland
De vrouw verzoekt de rechtbank om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over het kind, dat in Duitsland is geboren en erkend. De man erkende het kind in Duitsland in 2002, maar de erkenning werd in Nederland niet omgezet vanwege zijn toenmalige huwelijk. Inmiddels is de echtscheiding uitgesproken en wil de vrouw zekerheid over de Nederlandse nationaliteit van het kind.
De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is de zaak te behandelen, gezien de Nederlandse nationaliteit van de man en zijn woonplaats in Nederland. Het Duitse recht is van toepassing op het verzoek, omdat het kind in Duitsland woont. Volgens Duits recht is gerechtelijke vaststelling van het vaderschap niet mogelijk als het kind reeds erkend is.
De rechtbank beoordeelt of de Duitse erkenning in Nederland erkend kan worden. De erkenning voldoet aan de criteria van bevoegdheid, aanknoping met Duitsland en is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde. Er is een nauwe persoonlijke betrekking tussen man en kind. Daarom kan het verzoek tot gerechtelijke vaststelling niet worden toegewezen en wordt het afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt afgewezen omdat het kind reeds erkend is volgens Duits recht.