ECLI:NL:RBSGR:2006:AW2747
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens onvoldoende onderzoek kwaliteit medische zorg
Eiser, afkomstig uit Armenië, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel medische behandeling, nadat zijn asielaanvraag was afgewezen. Uit het BMA-rapport bleek dat eiser lijdt aan terminale nierinsufficiëntie en hemodialyse nodig heeft, welke beschikbaar is in Armenië. De vraag was of de feitelijke toegankelijkheid en kwaliteit van medische behandeling in het land van herkomst een rol spelen bij de beoordeling van de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat feitelijke toegankelijkheid niet hoefde te worden onderzocht conform het beleid in hoofdstuk B8/4 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Echter, ten aanzien van de kwaliteit van de medische behandeling stelde eiser gemotiveerd dat deze onvoldoende is en verweerder heeft deze stelling niet betwist of onderzocht. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro.
Daarnaast heeft verweerder ten onrechte afgezien van het horen van eiser, wat strijdig is met artikel 7:2 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, maar uitzetting werd verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld in proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de kwaliteit van medische zorg en het horen van eiser.