ECLI:NL:RBSGR:2006:AW2341
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging categoriaal beschermingsbeleid voor Iraakse asielzoeker
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van asiel. Verweerder wees deze aanvraag af, onder meer vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom informatie over de verslechterde situatie in Irak buiten beschouwing bleef, terwijl deze relevant was voor de beoordeling van het beleid.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte niet is ingegaan op de door verzoeker aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder recente aanslagen en sektarisch geweld na het ambtsbericht van december 2005. Verweerder mocht niet zonder nadere motivering voorbijgaan aan deze stellingen, temeer omdat het beleid gebaseerd was op meerdere indicatoren die gezamenlijk beoordeeld moeten worden.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.