ECLI:NL:RBSGR:2006:AW1887
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rikken
- Bloebaum
- Bordenga
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting in zaak vals geld en informantrol
Verdachte, werkzaam als informant voor de Centrale Inlichtingeneenheid (CIE), werd verdacht van medeplegen van het in voorraad hebben van een grote hoeveelheid vals geld. De zaak draaide om een partij vals geld en een vals 'proefbiljet' van 500 euro.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een onherstelbaar vormverzuim door de CIE bij de pseudo-koop, en subsidiarier dat bewijs uitgesloten moest worden. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een burgerpseudo-koop zoals bedoeld in artikel 126ij Sv, omdat het initiatief tot koop van vals geld uitging van verdachte zelf.
Wel was er sprake van een onherstelbaar vormverzuim omdat de CIE nalatig was in het onderzoeken van strafbare handelingen van haar informant. Hierdoor werd informatie en bewijs verkregen op een onrechtmatige wijze, wat leidde tot bewijsuitsluiting van het proces-verbaal van 8 april 2005 en alle daarop gebaseerde bewijzen.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, met name ontbrak de intentie om het vals biljet als echt uit te geven. Verdachte werd vrijgesproken en de in beslag genomen telefoons en SIM-kaart werden teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs en bewijsuitsluiting door onherstelbaar vormverzuim.