ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8837
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor uitbesteden onderhoud bedrijfspand niet aftrekbaar in 1999
Eiser, directeur en aandeelhouder van een vennootschap, bracht een vergoeding van ƒ 200.000 voor het uitbesteden van onderhoud aan een bedrijfspand in aftrek op zijn inkomen 1999. De rechtbank stelde vast dat de vergoeding niet was betaald, verrekend of ter beschikking gesteld in 1999. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de vergoeding rentedragend was geworden, aangezien hierover geen afspraken waren vastgelegd in de onderhoudsovereenkomst of schriftelijk waren overeengekomen.
De maatschap, waarin eiser en zijn vader deelnamen, had het onderhoud van het pand uitbesteed aan een vennootschap, maar bleef de vergoeding schuldig. De rechtbank concludeerde dat het bedrag niet in 1999 aftrekbaar was volgens artikel 38 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de vergoeding niet rentedragend was en dus niet aftrekbaar in 1999.