ECLI:NL:RBSGR:2006:AV5904
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgever veroordeeld voor levensgevaarlijke arbeidsomstandigheden met fatale afloop in het Catshuis
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 20 maart 2006 geoordeeld dat verdachte, een schildersbedrijf, wettig en overtuigend schuldig is aan het niet naleven van de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Verdachte stond toe dat werknemers thinner gebruikten voor het verwijderen van een waslaag op houten vloeren in het Catshuis, ondanks het verbod op het gebruik van thinner binnenshuis en het ontbreken van adequate ventilatie. Dit leidde tot een brand waarbij een werknemer om het leven kwam.
De rechtbank stelde vast dat de directeur en werkbegeleider van verdachte op de hoogte waren van het gebruik van thinner en nalieten in te grijpen. Er was geen nieuwe risico-inventarisatie gemaakt en er werd onvoldoende gecontroleerd op ontstekingsbronnen zoals waakvlammen. Diverse getuigen bevestigden de penetrante geur van thinner in het pand en het gebruik ervan op meerdere dagen.
Hoewel verdachte werd vrijgesproken van enkele andere overtredingen, werd het bewezenverklaarde feit dat het gebruik van thinner in strijd was met de arbeidsomstandighedenwetgeving en leidde tot levensgevaar, als strafbaar aangemerkt. De rechtbank legde een geldboete van €15.000 op, rekening houdend met de financiële positie van verdachte en de ernst van het feit.
De uitspraak benadrukt de zware verantwoordelijkheid van werkgevers voor de veiligheid van hun werknemers, zeker bij het werken met gevaarlijke stoffen, en wijst op het falen van zowel verdachte als andere betrokken partijen in het voorkomen van de fatale situatie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €15.000 wegens het toestaan van het gebruik van thinner binnenshuis met fatale gevolgen.