ECLI:NL:RBSGR:2006:AV4186
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 13 februari 2006 staande gehouden tijdens een controle op een containeropslagbedrijf, waarbij hij werd verzocht zijn identiteitsbewijs te tonen. Uit het proces-verbaal bleek niet duidelijk in welk kader deze controle plaatsvond en of er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf was, zoals vereist op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat eiser geen Nederlands sprak onvoldoende is voor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Verweerder kon niet aantonen dat de controle onderdeel was van een strafrechtelijk traject of dat er een andere wettelijke grondslag was voor de staandehouding. Hierdoor was de staandehouding onrechtmatig.
De daaropvolgende inbewaringstelling werd eveneens onrechtmatig bevonden, omdat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot de ernst van het gebrek. Eiser had geen criminele antecedenten en de maatregel was niet gebaseerd op verdenking van een misdrijf of ongewenstverklaring.
De rechtbank besloot het beroep gegrond te verklaren, de bewaring op te heffen en een schadevergoeding van €1000 toe te kennen aan eiser. Tevens werden de proceskosten van €644 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe aan eiser.