ECLI:NL:RBSGR:2006:AV3957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs persoonlijke betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen
Eiser, een voormalig lid van de militaire eenheid OMON in Azerbeidzjan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder weigerde deze op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser betrokken was bij mensenrechtenschendingen, met name deportaties van Armeense burgers tijdens de 'Operatie Ring'.
De rechtbank onderzocht de verklaringen van eiser en de ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hoewel eiser lid was van OMON en lijfwacht van commandant Javadov, kon niet worden vastgesteld dat hij persoonlijk betrokken was bij de genoemde schendingen. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel 'knowing participation' aannam, maar onvoldoende bewijs leverde voor 'personal participation'.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.