ECLI:NL:RBSGR:2006:AV3669
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing mvv-aanvraag en hoorplicht bij bezwaar
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn echtgenote in Nederland te verblijven. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat de middelen van de referente onvoldoende zouden zijn en verweerder zag af van het horen van eiser op grond van een kennelijk ongegrond bezwaar. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat verweerder had moeten horen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte van het horen had afgezien omdat het bezwaar niet evident ongegrond was. Tevens werd vastgesteld dat verweerder in het bezwaarbesluit een tegenwerping had laten vallen over de middelen van de referente, waardoor het bezwaar op dat punt gedeeltelijk gegrond was. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit in strijd was met de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 7:2 Awb Pro.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierecht. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.