ECLI:NL:RBSGR:2006:AV2862
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens onvoldoende voortgang uitzetting en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling van Angolese nationaliteit, zit sinds november 2004 in bewaring. Na een brand in het Uitzetcentrum Schiphol-Oost in oktober 2005 werd vastgesteld dat een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) nodig was voor toetsing aan artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hoewel de rechtbank in januari 2006 een termijn van drie weken stelde voor afronding van het BMA-onderzoek, bleek dat dit onderzoek door de groepsaanpak vertraagd werd en nog weken kon duren.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de bewaring niet langer gerechtvaardigd is, omdat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en er geen concreet zicht is op uitzetting. Eiser is niet ongewenst verklaard, noch strafrechtelijk verdacht, en zit inmiddels vijftien maanden in bewaring, wat ruim boven de in jurisprudentie gehanteerde termijn ligt.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring per direct en kent een schadevergoeding toe van €910,- voor de periode dat eiser ten onrechte in bewaring verbleef na de gestelde termijn. Tevens worden de proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven en hij ontvangt een schadevergoeding van €910,- wegens onrechtmatige voortzetting van de bewaring.