ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1961
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.B. de Vries – van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende toetsing afwijkingsbevoegdheid
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor familiebezoek, die door verweerder werd afgewezen wegens onvoldoende bestaansmiddelen. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het middelenvereiste rechtstreeks voortvloeit uit artikel 16, eerste lid en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Hoewel verweerder stelt dat hij verplicht was de aanvraag af te wijzen, heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder een discretionaire bevoegdheid bezit om af te wijken van het beleid, neergelegd in artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Verweerder heeft echter nagelaten te onderzoeken of de omstandigheden aanleiding gaven om van deze afwijkingsbevoegdheid gebruik te maken, ondanks het verzoek van eiseres daartoe. Hierdoor is het besluit onrechtmatig en dient het te worden vernietigd. De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.