ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens onvoldoende onderzoek opvang China
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling uit China, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken door verweerder op grond van het beleid dat stelt dat adequate opvang in China aanwezig is voor minderjarigen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de informatie over opvang voor de leeftijdsgroep 16 tot 18 jaar onvoldoende was onderzocht. De rechtbank overwoog dat de intrekking gebonden is aan de leeftijd en dat de verstrekte informatie, bestaande uit summiere bezoeken aan slechts enkele verzorgingstehuizen zonder minderjarigen, onvoldoende was om te concluderen dat adequate opvang bestond.
Verweerder had zich gebaseerd op ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken uit 2001 en 2003 en een brief uit 2003, maar deze bevatten geen nieuwe of aanvullende informatie over de opvangkwaliteit voor de relevante leeftijdsgroep. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had voldaan aan zijn verplichting op grond van artikel 3:2 Awb Pro om zorgvuldig kennis te vergaren over de relevante feiten.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar adequate opvang in China.