ECLI:NL:RBSGR:2006:AV1407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot handhaving serviceovereenkomst na tussentijdse opzegging door DAF Trucks
De Hurk Diesels B.V. en DAF Trucks N.V. sloten in 1997 twee overeenkomsten: een leveringsovereenkomst voor motoren en een serviceovereenkomst voor onderdelen. Deze contracten werden stilzwijgend verlengd tot 1 augustus 2006. DAF zegde de overeenkomsten tussentijds op per 31 december 2005 wegens de introductie van een nieuwe motorgeneratie en veranderde Europese regelgeving.
De Hurk betwistte de geldigheid van de opzegging, onder meer omdat de opzegclausules niet meer zouden gelden na stilzwijgende verlenging, de bevoegdheid van de ondertekenaar werd betwist, en omdat de redenen voor opzegging ondeugdelijk zouden zijn. De rechtbank oordeelde dat tussentijdse opzegging mogelijk is, dat de bevoegdheid van de ondertekenaar stilzwijgend is bekrachtigd, en dat de redenen voor opzegging onvoldoende onderbouwd zijn.
Voor de leveringsovereenkomst voor motoren (overeenkomst 1) werd de vordering afgewezen omdat DAF een opzegtermijn van ruim een jaar in acht had genomen en De Hurk voldoende tijd had gehad zich voor te bereiden. Voor de serviceovereenkomst (overeenkomst 2) oordeelde de rechtbank dat deze niet noodzakelijk gekoppeld is aan overeenkomst 1 en dat DAF deze overeenkomst moet voortzetten tot 1 augustus 2006 tegen de prijzen van 2005.
DAF werd bevolen binnen een week na betekening de uitvoering van de serviceovereenkomst te hervatten, met een dwangsom van € 5.000 per dag tot maximaal € 100.000 bij niet-naleving. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: DAF wordt veroordeeld de serviceovereenkomst tot 1 augustus 2006 voort te zetten met een dwangsom bij niet-naleving.