ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0977
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake afwijzing verblijfsvergunning studie wegens mvv-vereiste en beroep hardheidsclausule
Verzoekster, een studente VWO en burger van de statenunie Servië en Montenegro, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel het afronden van haar VWO-opleiding. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster beriep zich op de hardheidsclausule, stellende dat zij zich vanwege haar etnische afkomst niet kan registreren in Kosovo en Servië en Montenegro, en dat zij geen toegang heeft tot essentiële basisvoorzieningen.
De rechtbank oordeelt dat de motivering van het besluit mogelijk niet voldoet aan de eisen van artikel 3:46 Awb Pro, omdat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken, waaronder de problematiek rond registratie en toegang tot voorzieningen die verband houden met haar etnische afkomst. Tevens is niet duidelijk welke feiten en belangen zijn meegewogen in het besluit, en verzoekster dient in de gelegenheid te worden gesteld nadere feiten aan te dragen en te worden gehoord.
De voorzieningenrechter constateert dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft en dat sprake is van onverwijlde spoed gezien de dreiging van uitzetting binnen 24 uur. Daarom wordt de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen, verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen wegens onvoldoende motivering en redelijke kans van slagen bezwaar.