ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0668
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens niet-spoedige beoordeling volgens artikel 5 lid 4 EVRM
Eiser, een vreemdeling van Egyptische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen het instellen van het beroep op 30 december 2005 en de zitting op 23 januari 2006 een periode van 25 dagen lag, waarin de beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring niet spoedig heeft plaatsgevonden zoals vereist in artikel 5, vierde lid, EVRM.
De rechtbank oordeelt dat de organisatorische omstandigheden aan de zijde van de rechtbank niet voor rekening van eiser kunnen worden gebracht, waardoor sprake is van een schending van het recht op een spoedige beslissing. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 24 januari 2006.
Hoewel eiser ook een schadevergoeding heeft gevorderd, wordt dit verzoek afgewezen omdat de bewaring pas onrechtmatig werd vanaf het moment van de uitspraak. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten ad € 644,- ten gunste van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel van bewaring wegens het ontbreken van een spoedige beoordeling en wijst het verzoek om schadevergoeding af.