ECLI:NL:RBSGR:2006:AU9936
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv
Eiser, een Congolese vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, maar deze werd geweigerd vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser stelde dat het mvv-vereiste onrechtmatig was en dat hij vrijstelling behoorde te krijgen op grond van internationale verdragen en het Congo-verdrag. Tevens voerde hij aan dat het mvv-vereiste in strijd was met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en dat het zijn gezinsleven in Nederland zou schaden, wat in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdregel dat elke vreemdeling bij binnenkomst een geldige mvv moet hebben, geldt en dat de vrijstelling voor bepaalde landen niet voldoende is onderbouwd door verweerder. Het beroep op het Congo-verdrag faalde omdat dit verdrag geen rechten voor Congolese onderdanen tot toegang tot Nederland verleent en niet wederkerig is. Ook het beroep op het negatief reisadvies werd niet meegenomen omdat dit niet tijdig was ingebracht.
De rechtbank stelde vast dat het mvv-vereiste geen disproportionele inbreuk vormt op het gezinsleven van eiser en dat de afwijzing van de aanvraag op goede gronden is gebaseerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot vrijstelling van het mvv-vereiste afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldige mvv wordt ongegrond verklaard.