ECLI:NL:RBSGR:2006:AU9605
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep voortduring vrijheidsontnemende maatregel grensdetentie en schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, werd op 31 maart 2005 de toegang tot Nederland geweigerd en direct onder een vrijheidsontnemende maatregel gesteld op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na meerdere eerdere ongegronde beroepen tegen deze maatregel, richtte eiser zich opnieuw tot de rechtbank met een beroep tegen de voortzetting van deze maatregel en een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de centrale vraag is of eiser voldoende medewerking heeft verleend aan zijn vertrekplicht, met name door het verstrekken van juiste identiteit, nationaliteit en reisgegevens, en het overleggen van documenten. Ondanks de verstreken periode van ruim negen maanden, heeft eiser onvoldoende informatie verschaft om een laissez-passer te verkrijgen van de Chinese autoriteiten, mede doordat hij onjuiste adresgegevens heeft opgegeven.
De rechtbank benadrukte het belang van grensbewaking en stelde dat het omslagpunt waarbij het belang van eiser bij invrijheidstelling zwaarder weegt dan het belang van de overheid bij voortduring van de maatregel nog niet was bereikt. Tevens werd vastgesteld dat verweerder voldoende inspanningen heeft geleverd om eiser te faciliteren bij het voldoen aan zijn vertrekplicht.
Gelet op deze belangenafweging oordeelde de rechtbank dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd is en niet in strijd met de wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.