ECLI:NL:RBSGR:2005:BA9929
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij misdrijven Hezb-i-Wahdat
Eiser, een Afghaanse vreemdeling behorend tot de Hazara-bevolkingsgroep, heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning in Nederland ingediend. Deze aanvraag is afgewezen omdat verweerder stelt dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, vanwege zijn functie als provinciaal vertegenwoordiger binnen de Hezb-i-Wahdat, een gewelddadige politieke-militaire beweging.
De rechtbank heeft de verklaringen van eiser en ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken onderzocht. Uit deze stukken blijkt dat de Hezb-i-Wahdat zich schuldig maakte aan ernstige mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdrijven. Eiser heeft bevelen gegeven aan militaire leden van deze groepering en was daarmee persoonlijk betrokken bij de misdrijven. Zijn ontkenningen werden niet aannemelijk geacht.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser geen aannemelijk risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan. De stellingen van eiser zijn gebaseerd op vermoedens en niet onderbouwd met concrete feiten. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft besloten de verblijfsvergunning te weigeren en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens betrokkenheid bij misdrijven tegen de menselijkheid.